
'80 procent van de kosten in de ziekenhuiszorg geven we uit in het laatste levensjaar'; De aanleiding
NRC.NEXT
10 oktober 2014 vrijdag
Section: weten; Blz. 2
 Wouter van Loon
Dat zei Roger van Boxtel van zorgverzekeraar Menzis in Het Financieele Dagblad 
Het dilemma speelt al jaren: moet een terminaal zieke een dure behandeling krijgen die het leven een tijdje rekt? Roger van Boxtel, topman van zorgverzekeraar Menzis, noemt dat ,,een geweldig groot vraagstuk". ,,Tegenwoordig is zo veel mogelijk en wordt vrij snel gezegd: doet u maar", zei hij in Het Financieele Dagblad. Mede daardoor wordt volgens Van Boxtel 80 procent van de kosten van curatieve zorg, grofweg de ziekenhuiszorg, in het laatste levensjaar uitgegeven. 
Er bestaat geen twijfel over of het laatste levensjaar fors duurder is dan andere levensjaren. Over het algemeen geldt: hoe dichter bij de dood, hoe zieker iemand wordt, hoe meer behandeling nodig is. En dat kost geld - heel veel geld. Vooral bij 'comorbiditeit', het hebben van meerdere ziekten tegelijkertijd, lopen de kosten snel op. Comorbiditeit komt juist vaak voor in het laatste levensjaar. 
In een reactie op de vraag waar de 80 procent op is gebaseerd, gaat Menzis niet in op de exacte aantallen. ,,De strekking van de opmerking was dat de zorgkosten per inwoner vanaf de laatste levensfase, vanaf 80 jaar, per Nederlander exponentieel toenemen." 
Meerdere onderzoeken van onder meer het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Centraal Bureau voor Statistiek tonen inderdaad aan dat de kosten van ziekenhuiszorg flink toenemen als iemand de 70 is gepasseerd. Maar dat zegt nog niet alles over het laatste levensjaar. 
De meeste onderzoeken gaan over alle zorgkosten, niet alleen voor curatieve zorg, maar bijvoorbeeld ook voor psychiatrische hulp. Daaruit blijkt het laatste levensjaar inderdaad flink duurder te zijn dan andere levensjaren. De kosten van het laatste levensjaar zouden gemiddeld rond de 15.000 euro liggen. De studies verschillen van mening over hoeveel keer duurder dat is dan het gemiddelde van de overige levensjaren, maar de uitkomsten liggen tussen 10 en 15 keer zoveel. 
Laten we uitgaan van het scenario dat het dichtst in de buurt komt van de bewering van Van Boxtel. In dat geval is het verschil tussen de kosten van het laatste levensjaar en de andere levensjaren zo groot mogelijk - dus 15 keer zo duur. Met een gemiddelde sterfleeftijd van 77 jaar, zou het laatste levensjaar zo'n 17 procent van de kosten over een heel leven in beslag nemen. (Om het simpel te houden laten we de rekensom hier even achterwege). 
Maar deze cijfers kunnen een vertekend beeld geven. Zoals gezegd: ze gaan over de gehele zorg en niet specifiek over de curatieve zorg. Over enkel de ziekenhuiskosten is minder onderzoek gedaan. Het meest recente onderzoek over de ziekenhuiskosten van de laatste levensjaren, gaat over het jaar 2000. In de studie Levensloop en zorgkosten van het RIVM is gekeken naar onder meer de ziekenhuiskosten in de laatste vijf levensjaren. De rekening van het laatste levensjaar maakt in alle leeftijdscategorieën tegen de 40 procent uit van de ziekenhuiskosten van de vijf laatste levensjaren bij elkaar - veel minder van 80 procent dus. De uitgaven over de jaren daarvoor zijn dan nog niet meegerekend, waardoor het aandeel van het laatste levensjaar nog wat lager uit zal pakken. 
De cijfers zijn 14 jaar oud en de middelen die nu beschikbaar zijn, zijn wellicht duurder. De getallen kunnen daardoor inmiddels anders liggen, maar het is niet aannemelijk dat de kosten van het laatste levensjaar zo ver zijn gestegen dat het aandeel is opgelopen tot 80 procent. De gemiddelde sterfleeftijd is de afgelopen jaren immers weer opgelopen, waardoor de kosten buiten het laatste levensjaar ook hoger zijn geworden. 
Onderzoek toont aan dat het laatste levensjaar weliswaar fors duurder is dan de overige levensjaren. Maar niet zo duur als Van Boxtel zei. De uitspraak dat 80 procent van de ziekenhuiskosten in het laatste levensjaar wordt besteed, beoordelen we daarom als onwaar. 
 